|
Seksualiteit, dood en religie
Sinds
de discussie los is gebrand over
misbruik in de kerk, worden bij Pauw &
Witteman, Eva en alle mogelijke andere
praatprogramma's allerlei vragen
gesteld. Merkwaardig genoeg komt een
vraag er bekaaid af: hoe komt het
eigenlijk dat dat celibaat voor het
kerkelijke neusje van de zalm een van de
grondregels is in de kerk? En hoe komen
we aan de tegenhanger van het celibaat,
namelijk de gangbare niet-kerkelijke
houding ten aanzien van seks? Tegenover
'seks mag niet' staat hier juist weer
'seks moet'. Seks is een
consumptie-artikel. En de mens heeft de
twijfelachtige eer om het enige zoogdier
te zijn dat vindt dat je dit
genotsmiddel minstens honderd keer per
jaar moet 'genieten'. Lukt dat niet, dan
resten ons potten met pillen, cursussen
en onverbiddelijk
verplichtelingeriesetjes plus allerlei
hulpstukken. Nogmaals: is dat normaal?
En is daar een alternatief voor?
Ziedaar de thematiek die mij op het
spoor zette voor mijn bachelorscriptie.
Daarin maak ik een vergelijking tussen
de grondwaarden in christendom en de
westerse cultuur die daaruit voortkwam
enerzijds, en de grondwaarden in de
tantra en de daaruit voortkomende sporen
van de bijbehorende oosterse cultuur
anderzijds.
Wat bleek hieruit? Dat zowel de
religieuze angst voor seksualiteit als
de niet-religieuze consumptiecultuur
rondom seksualiteit voortkomen uit een
culturele onevenwichtigheid. En dat dat
alles heel wat te maken heeft met de
ingeboren menselijke angst voor de dood.
Steeds meer wetenschappers pleiten voor
een herziening van onze culturele
waarden. Dat vereist wel een eerlijke
blik op onze eigen culturele blinde
vlek. Wat wij normaal noemen, hoeft dat
helemaal niet te zijn....
Laat je je niet afschrikken door het
wetenschappelijke taalgebruik, dan kan
mijn
bachelorscriptie
je van interessante nieuwe inzichten
voorzien....
|